De eerste die ik trof was een onvervalste nicht. Eentje die geslaagd was voor zowel de hoofd- als bijvakken. Met fladderende handjes had hij mij net de beste telefoon die hij had, verkocht. Nou ja, de beste… Voor mij dan toch. Maar goed, die beste telefoon die hij had, was nu dus de mijne. Tevreden liep ik richting uitgang. En toen, vanuit het niets, klonk plots een zangerig: “doei-doei!†Ik verstijfde ter plekke.
Doei-doei?! Welke zichzelf respecterende man zegt er nou doei-doei als afscheid? Dat klinkt toch ronduit belachelijk? Uit de mond van een vierjarig kind is het acceptabel en ook best aandoenlijk, maar bij een volwassen man?! No way!
Ik voel me echter een roepende in de woestijn, want de doei-doei-groet verspreidt zich als een hardnekkig virus waar geen inenting tegen bestaat, juist ook onder de heren. En deze afscheidsgroet is allang niet meer alleen voorbehouden aan de homoseksuele mannen. Ook de heteroseksuele man doei-doeit er lustig op los.
Ik denk er – na een grondig observatie – het mijne van. Mannen die doei-doei zeggen, zijn volgens mij het type man dat eeuwig aan de moederborst is blijven hangen… Van het afhankelijke soort, zeg maar. De doei-doei mannen zijn de amoebes onder hun soortgenoten. Het soort man dat een verwijzing naar een orthopeed nodig heeft, om zich een ruggengraat aan te laten meten. Ik heb maar weinig verbeeldingskracht nodig om me voor te stellen hoe zo’n doei-doei man tijdens een therapeutisch mannenweekend, zich emotioneel leeg laat lopen – in de veilige vertrouwdheid van zijn mannengroep. Na afloop – zo, lucht dát even op! – ondergaat hij dan gewillig – en een beetje trots op zichzelf over zoveel openheid – een groepshug. Helemaal zelf verdiend, omdat hij zo hard heeft gewerkt! Mammies grote jongen!
Het zou dan ook nooit iets kunnen worden tussen mij en een doei-doei-man. Ik ben meer van de mannen die van zichzelf al een ruggengraat hebben. Die gewoon ajuus, dag, houdoe of tot ziens roepen bij het weggaan. Het soort mannen dat elkaar bij wijze van begroeting een welgemeende, ferme klap op de schouder geeft. Mannen die van nature al in evenwicht zijn. Meer Yin – Yang dus, in plaats van doei-doei.
Nou heb ik laatst via een kennis van een kennis, een man ontmoet bij wie ik bovenstaande eigenschappen vermoedde. Van horenzeggen wist ik dat hij Italiaans bloed had. Een heuse Italian Stallion dus. Nou ben ik ben niet vies van een tikje macho op zijn tijd – mits goed gedoseerd – dus droomde ik in stilte weg… Afgelopen week liep ik hem onverwachts weer tegen het lijf. Mijn hart maakte een sprongetje. Hij kende me nog. Maar tot mijn grote schrik begroette hij me met een zangerig: â€hoi-hoiâ€. Daarmee bezorgde hij me bijna een hartstilstand en sloeg mijn hete Italiaanse droom radicaal om in een Hollandse desillusie… En bij mijn vinnige doei-doei dat kort daarna volgde, zat geen woord Spaans, kan ik je zeggen!
Hoi Hoi Monique! (ghegheghe)
Meesterlijk geschreven weer!
Uhhh, even goed nadenken hoe ik je nu ga groeten.
Ciao Bella!
Geweldig en je hebt ergens nog gelijk ook.
Alleen hoe moet ik nu eindigen.
De mazzel, is dat wel goed.
De mazzel is prima! Daar zit tenminste wat pit in!
En wat doen we met mannen die “da-da” roepen ten afscheid … aaaaarch !
@ Kris: die vangen we en zetten we terug in de box. Deal?
wat dacht je van haahaai???
Of doeeeeg??
Voor mij even verstijvend als het doei doei en hoi hoi !!!